Overslaan en naar de inhoud gaan

1940-1945

Soldaten Bunsbeek

Aan de kapel in het Bunsbeekse gehucht Boeslinter verzamelde het 11de Regiment van het Belgisch leger tijdens de mobilisatie net voor de Tweede Wereldoorlog uitbrak. In datzelfde Boeslinter was er tijdens deTweede Wereldoorlog met de Witte Brigade een verzetsgroep actief. De bijgaande foto van weerstanders van de Witte Brigade werd genomen in Boeslinter in het huis van Henri Lijcops (‘Henkes’).

Witte brigadeIn deze woning kwam de Witte Brigade steeds samen om te vergaderen en hun verzetsacties voorte bereiden. Foto 2: Kamiel Collaerts uit Bunsbeek (zittend), Louis Reniers uit Bunsbeek (links), Theofiel ‘Pagge’ Tuteleers uit Bunsbeek (midden) en Louis Denruyter uit Tienen (rechts). Tot de Witte Brigade van Boeslinter behoorden verder ook nog de broers Arthur en Gaston Bruyninckx, Jef Bruyninckx, Jef Harry, Louis Mertens, Louis Reniers en Louis Andries. Zij zaten bijna allemaal verscholen bij Emile ‘Milleke’ Verhaegen op Schaffelberg. Het verhaal van de Witte Brigade in Boeslinter kan verder leven bij de toekomstige generaties dank zij het werk van Georges Tuteleers en André Bruyninckx.

Jozef Denruyter, René Laermans en Georges Lambrechts uit Glabbeek (foto 3) waren tijdens de oorlogsjaren eveneens actief bij het verzet. Zij maakten deel uit van een groepje gewapende weerstanders van de Nationale Koninklijke Beweging en werden door de bezetter gefusilleerd op 19 oktober 1943. Dit drama is des te groter omdat de strafmaat buiten elke proportie stond met de feiten die de verzetslieden ten laste werden gelegd. We moeten hierspreken van regelrechte moord door de Duitse bezetter. De jongste van de drie mannen was nog geen 20, de oudste net 33 jaar oud. Zij waren geen soldaten, maar zij probeerden met hun verzetsdaden vooral de levensomstandigheden van hun medemensen in Glabbeek te verbeteren tijdens de oorlog.

3 MannenAugust Vanhellemont, Justin Bollen en August Vandenberg uit Attenrode-Wever werden tijdens de gruwelijke represaillerazzia in buurgemeente Meensel-Kìezegem opgepakt en stierven in een Duits concentratiekamp. Deze drie inwoners overleefden de oorlog niet, enkel omdat ze op de verkeerde dag op de verkeerde plaats waren.

De drie vliegtuigcrashes tijdens WO II in Glabbeek

De crash van een Engelse bommenwerper in Zuurbemde

Crash Engelse bommenwerper ZuurbemdeIn de nacht van 5 op 6 augustus 1941 stortte een Engelse bommenwerper van het type Vickers Wellington van het 115de RAF squadron (foto 4) met zes inzittenden neer in het bos aan de Ruiterij in deelgemeente Zuurbemde. De piloten Litchfield en Jones en de sergeanten Boutle, Lawson, Lambert en Walker overleefden de crash, het vliegtuig werd beschoten door piloot luitenant Hans Redlich van de Duitse Luchtwaffe en raakten daarbij gewond. Op vraag van Burgemeester Victor Mertens ging Dokter Eugene Homans (foto 5) naar de plaats van de crash om er de gekwetsten te verzorgen. Zij werden naar het dichtstbijzijnde huis gebracht en dokter Homans bracht uren door bij de gekwetste militairen en verzorgde hun wonden. De drie zwaarst gewonden diende hij morfine toe. Het verzet kreeg de Engelsen niet tijdig weg en ze werden allen gevangen genomen door de Duitsers en na verzorging in Leuven als krijgsgevangenen naar Polen gebracht. Zij kregen allen de oorlogsdecoraties ‘War Medal 1939-1945’ en ‘Air Crew Europe Star’. De Wellington was opgestegen in Marham in Engeland en had als doelen Frankfurt, Manheim en Karlsruhe in Duitsland.

 

De crash van een Duits vliegtuig in Bunsbeek

Duits vliegtuig in BunsbeekEen tweede vliegtuig stortte op 8 juni 1944 neer in de Pepinusfortstraat te Bunsbeek en raakte daarbij een hoogspanningslijn. De Junker JU.88C1 van de Luftwaffe was door een Mosquito van het 23Ste RAF squadron uitdeluchtgeschotenenvielopdetoenmalige eigendom van de familie Vandermeulen“). De motor van het toestel schoof door tot op het erf van Jean Hendrickx“. De gezagvoerder, Hauptman Franz Buschman, en onderofficier Heinrich Schmalfeld waren op slag dood. De boordschutter, onderofficier Heinrich Bode, kon zich met zijn parachute redden en raakte gewond. De doden werden begraven op het Duitse kerkhof te Lommel.


De crash van een Engelse bommenwerper in Bunsbeek

De Engelse bommenwerper Lancaster NN775 van het 514de RAF Bomber Command Squadron crashte op 5 maart 1945 om 15u in de Pamelenstraat in deelgemeente Bunsbeek. Het toestel kwam neer vlak bij de Velpe op 10 meter van de weg. Ooggetuigen zagen het grote vliegtuig met de neus naar beneden duiken en volledig in de drassige grond aan de Velp verdwijnen. Door grondig onderzoek in 2016 konden we als gemeente niet alleen eindelijk het vliegtuig en de voltallige bemanning bergen, maar kwamen we ook heel wat te weten over de bemanningsleden.

De vliegcrew van de Lancaster NN775 stond onder leiding van de 23-jarige Flying Officer Holman Kerr, een Noord-Ier. De navigator was de 21-jarige joodse Flight Sergeant Sidney Smith. De 20-jarige Sergeant Christopher Hogg uit Birmingham bemande de rugkoepel. De 20-jarige Sergeant William Marsden uit Lancashire was de boordtechnieker en Sergeant Frank Clarke was de bommenrichter. Deze vijf bemanningsleden waren afkomstig van het Verenigd Koninkrijk. De crew bestond verder uit de 18-jarige Australische Flight Sergeant Allan Olsen die in oktober 1942 vertrok vanuit het rekruteringskantoor van zijn geboortestad Toowoomba, in het Australische Queensland met een schip naar Canada. Daar werd hij opgeleid tot radiotelegrafist en boordschutter. En het zevende bemanningslid was de 23-jarige Sergeant Herbert Thomas die afkomstig was uit Jamaica. Hij bemande de schietkoepel in de staart van het 21 meter lange vliegtuig. Het was tijdens hun opleiding in Canada waar deze 7 jonge mannen elkaar leerden kennen. 514 de squadron LancasterBij hun aankomst bij het 514de Squadron op de vliegbasis van Waterbeach in Engeland werden de zeven niet meteen operationeel ingezet. Raadpleging van de dagboeken van het smaldeel leert ons dat hun opdrachten pas begonnen met een eerste operatie op 18 februari 1945. Hun zevende en laatste missie begon op de ochtend van de fatale dag 5 maart 1945. Die dag stegen ze op in het Engelse Waterbeach Cambridge met 169 andere bommenwerpers en was hun doel Gelsenkirchen in Duitsland voor een aanval op een benzineraffinaderij. Die dag om 10u35 vertrok de Lancaster NN775 op de startbaan van de militaire luchthaven Waterbeach. De Duitse tegenstander zat op de knieën, de oorlog zou bovendien niet zo heel lang meer duren. Gelsenkirchen zou men na 2,5 uur vliegen bereiken en de terugtocht zou minder dan twee uur duren. Maar op 5 maart 1945 beet de Duitse luchtafweer fors van zich af waardoor twee toestellen beschadigd naar Waterbeach terugkeerden. De bemanningen rapporteerden ook dat ze zagen hoe één bommenwerper neergehaald werd boven het doelgebied en vermoedelijk werd ook de Lancaster NN775 geraakt door vijandelijk vuur waardoor het nadien in Bunsbeek crashte.

LancasterKort na de crash arriveerde een Brits team op de locatie van de crash in Bunsbeek en al snel werd duidelijk dat er niet veel zichtbaar nog overbleef van het vliegtuigwrak dat in de drassige ondergrond was gezakt. Men kon niet alle lichamen bergen en enkele weken later was alle hoop geweken toen een onderzoeksteam in de koude modder ploeterde, zoekende naar de resterende bemanning. Een jaar later op 23 maart 1946 keerde een gespecialiseerd team terug naar de Pamelenstraat en werd er opnieuw een poging ondernomen om alle lichamen te bergen, maar zonder resultaat. Squadron Leader Clowes, die de taak had alle crashplaatsen te bezoeken waar nog vraagtekens waren omtrent het lot van de bemanning, schreef : “Er blijft niks over op de plaats van de crash, enkel een kuil van zes op twee meter, vol water.

Graf Lancaster HeverleeDe lichamen die na de crash wel gevonden waren werden begraven in de tuin van het militair hospitaal van Heverlee, onder een kruis met de vermelding “Bomber crew (perhaps 5) Killed 5-3-45”. De zeven families moesten vrede nemen met het feit dat hun zoon nooit zou terugkeren. Een grafsteen op de intussen als militaire begraafplaats ingerichte site in Heverlee, zou hun lot definitief bezegelen. In het register zijn de zeven stenen evenwel één collectief graf. Het verhaal van de NN775 was er voor de families van de slachtoffers één met vele vraagtekens. Uit respect voor deze soldaten die mee gestreden hebben voor de vrijheden die wij allen vandaag kennen heeft het gemeentebestuur van Glabbeek op 11 november 2016 het vliegtuig opgegraven en de lichamen van de bemanningsleden die nog in de ondergrond zaten na 71 jaar geborgen om hen een waardig graf te geven op hun laatste rustplaats op het militair kerkhof van Heverlee.

Het Hulpvliegveld “16” tijdens WO II in Glabbeek

OfficierenVoor het uitbreken van WO II legde de Belgische strijdkrachten tussen 1936 en 1938 het Hulpvliegveld “16” aan in Glabbeek met twee start- en landingsbanen van 700 meter lengte. Dit hulpvliegveld van de luchtmachtbasis van Goetsenhoven werd aangelegd tussen het militair domein van Attenrode-Wever en het huidig gemeentelijk domein (voormalig militair domein). Naast Glabbeek waren er ook hulpvliegvelden ingericht in Jeneffe en Lonzée. Deze waren bedoeld als uitwijkplaats voor het geval het vliegveld van Goetsenhoven onklaar zou geraken ten gevolge van bombardementen door de Duitse vijand. In 1939 werd het vliegveld van Glabbeek in staat van paraatheid gebracht en de commandopost bevond zich op het kasteel van Attenrode. Bij het begin van de oorlog was Goetsenhoven de thuisbasis voor de 3de, 5de en 7de smaldelen van de 2de groep van het 1ste regiment van de Belgische Luchtmacht. Het 3de smaldeel “Hulstblad” onder bevel van kapitein Willemaers kreeg Glabbeek als operatiebasis toegewezen. In de nacht van 9 op 10 mei 1940 werd omstreeks 5u het vliegveld van Goetsenhoven aangevallen door vijandige toestellen. Alle smaldelen waren net voor het bombardement kunnen opstijgen en verplaatsen zich naar de hulpvliegvelden. Het hulpvliegveld had een luchtafweer van slechts een paar zware machinegeweren en één luchtafweerkanon. Op 11 mei ’s avonds krijgt de eenheid de opdracht het vliegveld te ontruimen en naar het vliegveld van Wilrijk-Hemiksem uit te wijken. Het grondpersoneel en de luchtafweer vertrokken onmiddellijk, de twaalf toestellen van het type Fairey Fox II & III.C stegen pas op in de ochtend van 12 mei 1940. Na vele verplaatsingen zullen de manschappen van het 3de smaldeel hun vliegtuigen uiteindelijk bij een Duitse aanval op het vliegveld van Aalter verliezen. Nadien werd het vliegveld tot 1942 gebruikt door de bezetter die er een Duitse-jager eenheid stationeerde.


Meer info rond Glabbeek tijdens WO II

De moord op drie jonge mannen
De vliegtuigcrash in Zuurbemde
Eerste vliegtuigcrash in Bunsbeek
Tweede vliegtuigcrash in Bunsbeek
De witte brigade
Oorlogsgetuigenis
Ballonnen met propaganda
Deportaties tijdens WO II

Bronnen
André Bruyninckx
Ben Cleynen
Alex Laermans
Heemkundige Kring
Operations Record Book 514 Squadron, The National Archives, Kew
The Lurgan Mail, 27 september 1947
Commonwealth War Graves Commission
Australian War Memorial archives, Canberra, Australia
Chorley, Bill: Bomber Command losses of the 2nd World War, 1944, Midland Counties, 1997
Middlebrook, Martin: Bomber Command Diaries, Midland Counties
www.luchtvaartgeschiedenis.be
www.caribbeanaircrew-ww2.com
Mailverkeer familie Smith, 2016, verstrekt door Benny Ceulaers (Planehunters)
Met bijzondere dank aan André Bruynickx, die zich al jarenlang engageert om de betrokken familieleden op te sporen, Ben Cleynen en burgemeester Peter Reekmans.
Families Denruyter, Laermans en Lambrechts uit Glabbeek
Familie Homans Glabbeek